
Stop met het weggooien van je verwarmers, alleen omdat één buisje kapot is gegaan.
Laten we eerlijk zijn: badkamers zijn vreselijk voor elektronische apparaten. Door de stoom, de vochtigheid en de constante temperatuurschommelingen gaan de verwarmingselementen uiteindelijk kapot. Meestal betekent dit dat je met een kapotte verwarmer zit, en moet kiezen tussen het apparaat zelf te repareren of het gewoon weg te gooien.
Wij vonden dat zonde. Daarom hebben we de manier waarop het apparaat is opgebouwd veranderd.
De “Slide-and-Swap”-methode
Bij de meeste verwarmers zit het verwarmingselement diep verstopt in het chassis. Dit maakt het erg moeilijk om ze te repareren. Wij hebben dit anders gedaan. Het verwarmingselement zit in een eigen houder – een modulairs systeem dat gemakkelijk uitgetrokken kan worden.
In plaats van urenlang te moeten werken aan het apparaat, hoef je alleen maar het module eruit te halen, het kapotte buisje te vervangen en het module weer terug te doen. Het duurt maar tien minuten. Zo simpel is het.
De nadelen (want niets is perfect)
We gebruiken kortegolf-infraroodkwartsbuisjes. Het voordeel is dat je de warmte meteen voelt. Je hoeft niet te wachten tot de lucht opwarmt; je voelt de warmte al op je huid zodra je de schakelaar omzet.
Maar er is ook een nadeel: kwartsglas is broos. Het frame dat we hebben gebruikt, beschermt het buisje tegen schokken, maar je moet wel voorzichtig zijn wanneer je het buisje vervangt. Als het niet goed op zijn plek zit, kan het al snel kapotgaan. Zorg er dus voor dat het buisje goed vastzit in de verbindingen, zodat er geen vonken ontstaan.
Om het apparaat langdurig bruikbaar te houden
We hebben hier standaardverbindingen gebruikt, zodat je geen last hebt van solderen of herstelwerk aan het moederbord. Haal gewoon de oude elementen eruit, stop de nieuwe elementen erin en je bent klaar.
Als je een hele bouw met zulke apparaten hebt, is dit een grote troef. Je hoeft geen magazijn vol reservever Warmers te hebben. Bewaar gewoon een paar reservemodules op een plank. Wanneer er eentje kapotgaat, kun je hem snel vervangen en het oude buisje meenemen naar de werkplaats om het op je eigen tempo te repareren.
Het is gewoon een praktischer manier om de verlichting – en de warmte – op peil te houden.